Herinneringen aan je verleden
Voor elk probleem is er een oplossing die simpel, handig en verkeerd is. (H.L. Mencken)
Één van die verkeerde oplossingen is het geloof in het bestaan van volledige verdringing als defensie- mechanisme.
Het is natuurlijk wel een zeer verleidelijke verklaring want allerlei huidige klachten (depressies, eetstoornissen, relatieproblemen etc.) kunnen met een beroep op verdringing verklaard worden als de schuld van een ander.
Dat is simpel en handig. Het klinkt goed en is eenvoudig uit te leggen. Maar is het waar?
Nee, concludeert Elke Geraerts in haar proefschrift Remembrance of Things Past. Het "verdringingsmechanisme" heeft ze niet aangetroffen, maar een van de opmerkelijke bevindingen uit haar onderzoek is, dat slachtoffers van misbruik soms de illusie hebben nooit eerder dit misbruik herinnerd te hebben, terwijl de feiten duidelijk maken dat ze er al eerder met anderen (de partner bijvoorbeeld) over gesproken hebben.
Hoe kan dat en waarom is het belangrijk?
In het interview met TV-Limburg geeft Geraerts zelf de verklaring: bepaalde misbruikervaringen op zeer jeugdige leeftijd worden niet met de connotatie "misbruik" opgeslagen, het wordt wel als vreemd en onprettig ervaren, maar pas jaren later dringt (door specifieke triggers) bijvoorbeeld het besef door dat dit "niet normaal" was. Dan volgt een zeer emotionele Aha-erlebnis bij het slachtoffer waarbij alsnog een "vertrouwde" door de mand valt. Ik stel me voor dat dat zeer traumatisch is.
Maar werkelijk vergeten waren ze deze herinneringen niet. Ze worden echter door die "trigger" opeens in een ander daglicht gezet. Abusievelijk worden deze herinneringen als "hervonden" aangemerkt. Feitelijk zijn ze dat niet (dan hadden de slachtoffers er nooit eerder over gesproken), maar een nieuwe interpretatie (het vallende kwartje) doet hen dat wel veronderstellen.
Dit soort herinneringen vertoont ook een opmerkelijk verschil met wat in "hervonden herinneringen therapie" gebeurt:
In "hervonden herinneringen therapie" worden de herinneringen met de tijd gedetailleerder en de beschuldigingen grotesker.
Dat geldt niet voor deze herinneringen: die verschijnen plotsklaps in tamelijk complete niet gefragmenteerde vorm.
Er komt namelijk ook geen suggestie aan te pas, voor zover me bekend worden dit soort herinneringen niet in therapie "ontdekt", maar spontaan daarbuiten
Het belang van dit verschijnsel:
Voorstanders van het "verdringingsparadigma" komen keer op keer met wat zij zien als "bewijzen" dat verdringing bestaat.
Richard J. McNally veegde in Remembering Trauma (2003) de vloer aan met die onderzoeken.
Die onderzoeken vertonen allemaal ernstige tekortkomingen.
Om een voorbeeld te noemen: In veel onderzoek naar traumatische amnesie werd bijvoorbeeld retrospectief gevraagd of getraumatiseerden periodes hadden waarin ze niet in staat waren zich hun trauma te herinneren.
(Dit als bewijs voor het bestaan van een verdringingsmechanisme)
Dat is natuurlijk een absurde vraag, je gaat niet op je stoel zitten piekeren wat voor enorm beinvloedend trauma je je opeens niet meer herinneren kan. (McNally, 2003, p227)
Recenter verscheen een artikel van McNally (2005) met een aardige opsomming van de methodologische blunders die door de verdringings 'theoretici' gemaakt worden.
We geloven collectief niet in het bestaan van zeemeerminnen, maar er is slechts één voorbeeld van een gevangen zeemeermin nodig om die overtuiging te weerleggen. "Verdringings" theoretici doen verwoedde pogingen hun zeemeermin te vinden, maar ze zijn er nog niet in geslaagd.
Conclusie: totnutoe is er nog geen enkel geloofwaardig bewijs dat het verschijnsel van verdringing bestaat.
Dat zouden de verdringingstheoretici - en therapeuten zich eens in de oren moeten knopen want daarmee staat of valt hun hele theoretische "bouwwerk".

JP, je schrijft hierboven: Abusievelijk worden deze herinneringen als “hervonden” aangemerkt. maar hervonden zijn ze weldegelijk, ze waren alleen nooit verdrongen.
Ik vind het wel goed dat Elke dit verschil tussen spontaan hervonden en in therapie dmv suggestie hervonden herinneringen aanbrengt. Al schijnt de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie het niet eens te zijn met de uitkomsten van het onderzoek. Aantrappen tegen het heilige huisje gebouwd op verdringsfundamenten mag natuurlijk niet!