De LcvT benadering: deterministische onzin

Martijne Rensen, directeur van het LCVT, schreef half mei in het Reformatorisch Dagblad een alarmerend artikel over de ernst en de omvang van chronische kindermishandeling in Nederland. Voor de behandeling van vroegkinderlijk getraumatiseerden is nu veel meer geld nodig, stelt Rensen, maar dat verdient zich op termijn terug.
(bron: Reformatorisch Dagblad)

Het onderzoek waar Rensen zich op beroept is de zogenaamde Ace-study. In dit onderzoek wordt een verband gelegd tussen traumatische jeugdervaringen (zoals emotioneel, fysiek en seksueel misbruik, verwaarlozing, moedermishandeling, verslavingsproblematiek etc.) en latere mentale en fysieke gezondheidsklachten.

Er is nogal wat aan te merken op dat onderzoek.
Het betreft hier een niet representatief, retrospectief onderzoek, gehouden onder respondenten van gemiddeld 57(!) jaar oud met een dubieuze operationalisatie van de variabelen emotioneel, fysiek en seksueel misbruik.
De belangrijkste kritiek: correlatie en oorzakelijkheid worden verward.

Retrospectief onderzoek is per definitie tamelijk onbetrouwbaar aangezien er een groot beroep wordt gedaan op het geheugen van de respondenten. Daar komt nog bij dat niet is gezocht naar vormen van onafhankelijke bevestiging van beweerd misbruik.

En dan die merkwaardige operationalisatie van vormen van misbruik. Ter illustratie:  Een bevestiging (zoals vaak of zeer vaak bij het eerste item of soms, vaak of zeer vaak  bij het tweede deel van de vraag) leidt tot een Ace score op "Emotional Abuse."

Emotional Abuse:
Often or very often a parent or other adult in the household swore at you, insulted you, or put you down and/or sometimes, often or very often acted in a way that made you think that you might be physically hurt.

Physical Abuse:
Sometimes, often, or very often pushed, grabbed, slapped, or had something thrown at you and/or ever hit so hard that you had marks or were injured.

Sexual Abuse:
An adult or person at least 5 years older ever touched or fondled you in a sexual way, and/or had you touch their body in a sexual way, and/or attempted oral, anal, or vaginal intercourse with you and/or actually had oral, anal, or vaginal intercourse with you.
bron: CDC

Letwel: op basis van de antwoorden op bovengenoemde vragen werd bepaald of iemand emotioneel, fysiek en/of seksueel mishandeld was. Ik ga niet de hele vragenlijst bespreken (er waren ook items over fysieke en emotionele verwaarlozing enzo), maar als het ging om mishandeling werd de score uitsluitend op basis van de bovenstaande vragen bepaald.
Ik kan de geïnteresseerde lezer in ieder geval verklappen dat ik op basis van de bovenstaande vragen seksueel misbruikt blijk te zijn. (Door een vreemde, dat dan weer wel).


Als we daarbij bedenken dat bijna de helft van de respondenten ouder dan 60 was (en dus uit een tijd stamt met hele andere opvoedingsmethoden) dan kan dat al medebepalend zijn voor de hoge scores op fysieke mishandeling (er werd nu eenmaal makkelijker geslagen vroeger).
Met zulke rekbare categorieën is het dan ook geen wonder dat een ruime meerderheid van de respondenten ( 63%!) een ACE-score groter dan nul haalt en dus in meerdere of mindere mate als getraumatiseerd wordt gezien. bron: CDC
Dis-kwakker C. Whitfield denkt zelfs dat die 63%  een onderschatting zou kunnen zijn:

"So we have to consider that some of the people whom we survey or from whom we've taken a history regarding childhood sexual abuse or any other trauma may have traumatic amnesia and not be able to recall their specific adverse childhood experience. (Whitfield 1995; 1997; Brown, Scheflin & Hammond 1997). Thus, the Felitti et al findings probably underestimate the magnitude of some of the reported ACE's as trauma in their survey population. In addition, their figures do not include higher risk populations such as patients attending psychiatric clinics and in psychiatric hospitals and institutions, prisons, the homeless, and others who have a very high rate of child abuse and neglect in their histories." (bron)

Lijdt soms 80% van de populatie aan vroegkinderlijke chronische traumatisering?  Het moet toch niet gekker worden. Wel raar trouwens dat we dan "nog" maar een miljoen PTSS slachtoffers in Nederland hebben.


Een ander punt van kritiek: aangezien de respondenten wisten dat er naar een verband tussen gezondheidsklachten en traumatische jeugdervaringen werd gezocht is het goed denkbaar dat de groep met de ernstigste gezondheidsklachten (de ouderen) eerder geneigd was deze aan een traumatische jeugd te wijten.


De allerbelangrijkste tekortkoming van dit onderzoek is dat de onderzoekers correlatie en oorzakelijkheid door elkaar halen. Een correlatie geeft niet per se een oorzakelijk verband aan.
Om een voorbeeld te noemen: er is een sterke correlatie tussen slapen met de schoenen aan en daags erop flinke hoofdpijn. Dus slapen met de schoenen aan veroorzaakt hoofdpijn? Nee, de achterliggende variabele is natuurlijk stevig alcoholgebruik.
In het geval van de Ace-study is er in ieder geval een zéér belangrijke achterliggende factor over het hoofd gezien: de genetische predispositie van individuen voor bepaalde klachten.


Samenvattend: de Ace-study geeft door de aard en de opzet van het onderzoek geflatteerde correlaties en kan géén oorzakelijke verbanden leggen. De onderzoekers zijn zich van dit laatste bewust, maar doen het tóch.


Het model waarop de Ace study is gebaseerd is in feite een deterministisch model waarin ervaringen uit de vroege jeugd bepalend zijn voor de fysieke en mentale gezondheid later in het leven. Dat verklaart meteen de populariteit van de Ace-study binnen het (internationale) dissociatiecircuit. Hoofdonderzoeker Vincent J. Velitti , is dis-gelover en werkte o.a. met Bessel van der Kolk mee aan een documentaire over... de Ace-study.

Wat hebben we aan de Ace-study? Niks. Generaliserend naar de populatie zouden we moeten aannemen dat een ruime meerderheid van de Nederlanders in meerdere of mindere mate jeugdig getraumatiseerd is. Dat zou natuurlijk leuk kassa zijn voor de trauma/child abuse industrie,maar zo kan ik het ook. Laten we de verkoop van melk maar verbieden want er is een significante correlatie tussen melkdrinken en later drugsgebruik. (Praktisch iedere drugsgebruiker begon z'n leven namelijk met melk!)


Het grote gevaar van dit Ace-model is dat het de deur wijd openzet voor nieuwe blame-games. Met dit soort waardeloos onderzoek kan je allerlei mentale en fysieke kwalen gaan wijten aan je kindertijd: adhd, depressie, borderline, dis, verslaving, hart-en vaat ziekten, longziekten, de lijst is welhaast onbeperkt.
We hebben dat eerder gezien bij autisme (koelkastmoeders) en schizofrenie (tegenstrijdige opvoeding door de moeder) en natuurlijk Dis  (dissociatieve amnesie door zwaar seksueel misbruik, daders meestal ouders of broers).
Via het achterdeurtje van de "traumatische jeugd" wordt door het dissociatiecircuit een seculiere variant op de fundamentalistisch protestante "schuldvraag" (na de dood van een kind) weer nieuw leven ingeblazen, maar nu grootser dan ooit.


Wat blijft er dus over van het propagandastukje van Martijne Rensen in het Reformatorisch Dagblad?
Bitter weinig. Rensen baseert zich voornamelijk op de Ace-study en lijkt te zeggen dat een groot deel van onze maatschappelijke problemen (criminaliteit, verslavingsproblematiek, werkeloosheid, werkverzuim en arbeidsongeschiktheid, depressie etc.) veroorzaakt worden door vroegkinderlijke traumatisering. En natuurlijk kunnen de 'traumatologen' van het LcvT de maatschappij veel geld besparen door vroegtijdige behandeling. Het spreekt voor zich dat ze bij het LcvT daartoe nog héél véél geld nodig hebben.

Rensen maakt dus dezelfde fout als de Ace onderzoekers. Ze verwart correlatie met oorzakelijkheid.
Om iets zinnigs te kunnen zeggen over de rol van (echte) VCT op bijvoorbeeld alcoholisme moet je ook weten welke proportie van vergelijkbaar getraumatiseerden géén alcoholist wordt en welke proportie alcoholisten géén vct heeft. Datzelfde geldt voor delinquentie, werkverzuim, depressie etc.

Rensen:
"Chronisch getraumatiseerde kinderen zijn de belangrijkste ’gebruikers’ van de gezondheidszorg als ze volwassen zijn".

Mevrouw Rensen doelt hier op de mensen met een 'dissociatieve identiteitsstoornis', dat zijn vrouwen bij wie het dissociatiecircuit eerst een misbruikverleden heeft aangepraat (meestal inclusief deelpersoonlijkheden/alters ) en die daarna jarenlang therapie nodig hebben waar velen alleen maar slechter van worden.

"Vroege behandeling van vct leidt tot een significante afname van kosten op meerdere gezondheids- en maatschappelijke terreinen. Deze vroege behandeling vraagt nu om forse investeringen vanuit de overheid. Er moeten meer behandelmogelijkheden voor kinderen gerealiseerd worden, terwijl de behandeling van volwassenen onverminderd doorgaat. Omdat de behandeling van kinderen doorgaans korter duurt, is deze goedkoper dan de veelal langdurige en kostbare behandeling van volwassenen."
bron: Reformatorisch Dagblad

Een significante afname van de kosten? Door DIS-kwakkers? Nou, dat zal dan voor het eerst zijn. We weten allemaal wat een rampzalige gevolgen (ook in termen van kosten) de dis-theorie heeft.
Dus de inspanningen van het LcvT gaan leiden tot een afname van kosten? Show me the evidence!

Ik heb Martijne Rensen al vaker betrapt op het verkeerd interpreteren en weergeven van wetenschappelijk onderzoek, maar door zich te baseren op de Ace-study slaat ze helemaal een modderfiguur. Garbage in = garbage out, mevrouw Rensen.

Emoticons
Om geautomatiseerde spam te voorkomen MOET u deze vraag beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kattebel
Verberg e-mail
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.